Kruger Nationaal Park
Olifants trail
De Olifants trail (staptoer) van Ivo Lauteslager
Na een weekendje Johannesburg, waar we mooie kunst voor Mhofu en Nederland scoorden, kwamen we op zondagavond aan in Marloth Park. De volgende dag druk geweest met het uitpakken en klaarleggen van spullen voor de trail en dinsdagochtend vroeg vertrokken naar restcamp Satara in de Kruger Wildtuin, waar we een rondavel hadden gereserveerd.
Gedurende de rit naar Satara alweer veel wild gezien, waaronder leeuwin, hyena met pups en vele soorten roofvogels als hoogtepunten. We waren al gewaarschuwd door onze vriend en caretaker Norval in Marloth Park dat het uitblijven van regen er voor had gezorgd dat Kruger er uit zou zien als een barre en bruine woestenij. Waterpoelen, waar normaal krokodillen en nijlpaarden vertoeven, waren uitgedroogd. Hij had gelijk, het was een barre plek.
Maar, zoals onze eigen filosoof van de koude grond beweert, �elk nadeel heb zijn voordeel�. In dit geval was dat het feit dat het wild zich concentreerde bij de schaarse waterbronnen en het voor het publiek makkelijker maakte om wild te spotten. Die avond in Satara begon het te stormen en bliksemen en beloofde het te gaan regenen. We zaten buiten te dineren en dronken een Zuid Afrikaanse topwijn van Meerlust Estate uit 2002. De open vuren waaiden bijna uit, sommige tafels werden al ontruimd. Maar weer geen regen. En dat al acht maanden niet.
De volgende morgen verder noordwaarts gereden naar Letaba, alwaar we �s middag door de rangers zouden worden opgepikt in hun Toyota Landcruiser met bakkie voor onze spaarzame bagage. Onderweg kwamen we nog een karkas van een onlangs overleden nijlpaard tegen. Een kleine twintig witrug gieren en een grote swartaasvoel (zwarte gier) deden zich tegoed aan het dode beest.
Tijdens het laden van de bagage in het bakkie van de rangers hebben we de rest van de groep ontmoet. Het bleek een bijzonder gezelschap. Behalve de reguliere toeristen, een Spaans, sorry Catalaans, koppel, een Engels echtpaar met Zuid-Afrikaanse roots en Wilma en ik, bestond de groep uit de vriendin, schoonzuster en schoonvader van de hoofdranger. Robert, de hoofdranger, was gepromoveerd en deed geen trail camps meer. Zijn vriendin was gespecialiseerd in buffels. Ze assisteerde bij een promotieonderzoek naar met tuberculose ge�nfecteerde buffelpopulaties. Een heterogeen gezelschap met de potentie om ons met gevarieerde verhalen aan het kampvuur boeien.
We rijden in zuidelijke richting naar Olifants restcamp en slaan vervolgens een oostelijke richting in naar de Lebombo bergketen. Deze keten vormt de natuurlijke grens met Mozambiek. In de zeventiger en begin tachtiger jaren van de vorige eeuw was dit gebied door het Zuid-Afrikaanse leger afgesloten. Er heerste hier een �stille� oorlog met de marxistische vrijheidstrijders uit Mozambiek.
We rijden door redelijk onherbergzaam terrein met slecht onderhouden paden en komen na enkele uren aan in het kampje. Het gebruikelijke hek met kippengaas omringt het kamp, maar de 4 hutten zijn groter dan ik eerder zag. Zij blijken een jaar eerder de oude en kleineren houten hutten te hebben vervangen, een prettige verrassing. Alle ander features, zoals de kombuis, het verblijf van de rangers en de lapa, zijn precies zoals de kampen Wolhuter en Metsi Metsi.
Het kamp beschikt over een majestueus uitzicht hoog over de Olifantsrivier. In die avond kennis gemaakt met leuke mensen uit Catalunya �ik moest denken aan de Spaanse ober Manuel uit Falty Towers ��I am from Barcelona, I know nothing�- zoals zij zich, ten onrechte, steeds weer excuseerden voor het slechte engels. De Spanjaarden Gemma en Fransesc waren hardwerkende yuppies. Gemma vertelde en vroeg honderduit. De vrouw van het Engelse paar bleek haar jeugd in Johannesburg te hebben doorgebracht en wilde, net als wij, weer meer tijd in Zuid-Afrika gaan doorbrengen. De familie van de hoofdranger was niet erg mededeelzaam. Schoonvader had een boerenbedrijf.
De volgende morgen werden wij om 04.30 uur wakker gemaakt en was de teil op een standaard gevuld met heet water. Na een kort ontbijt, met koffie, thee en keiharde koekjes om in het drinken te dopen en het verdelen van de rugzakken met water en eten voor onderweg, vertrokken we met de auto. De rangers bepalen waar de grootse kans op het zien van wild is. Dus soms verlaat je het kamp te voet, zoals vorig jaar vanuit Metsi Metsi. Was het wel een goede beslissing? Nog geen 50 meter uit het kamp lag een grote leeuwin in haar eentje te rusten. En even laten een aantal jonge jakhalzen, net jonge hondjes, die hun kop uit hun hol staken. Na een half uur, waarbij we ook nog een (z)ielig rivierstroompje kruisten, mochten we eindelijk het voertuig verlaten en kon de trail beginnen.
Deze trail besloot ik mijn fototoestel met een zwaar 500mm objectief op een ��npoot-statief mee te sjouwen, omdat ik het bereik ervan vorig jaar, tijdens de Metsi Metsi trail, node had gemist.
We kruisten een stroompje en volgden de oever van een bijna droog riviertje. Na een minuut of vijf zagen we een troep bavianen uit een bomengroep aan de overzijde van het riviertje naar beneden komen en over de grond wegrennen. Onze komst bleek voor de bavianen de bevrijding uit een gedwongen verblijf in de bomen te hebben betekend. Dat bleek nadat we het stroompje waren overgestoken en begroet werden met het gebrul van een groepje wegrennende volwassen en half volwassen leeuwinnen.
Die nacht, nog maar enkele uren geleden, had een van leeuwinnen een drinkende volwassen kudu bok verrast en gedood. Vervolgens had ze de maag van de Kudu geopend en de prooi zo�n twintig meter weggesleept van de maaginhoud. De bavianen die de bomen daaromheen voor de nacht als slaapplaats hadden uitgekozen zaten als ratten in de val. De boom verlaten betekende een zekere dood. Ze waren dus niet bang toen onze groep verscheen, maar eerder opgelucht omdat de leeuwen de benen namen bij onze komst. De kudu was nog maar half verorberd, reden voor de grootste leeuwin om haar angst te overwinnen en ons van een meter of vijftig vanachter een bosje te observeren en zelfs waarschuwend naar onze groep te grauwen en grommen. De magnifieke hoorns van een kudu groeien in krullen en volstrekt symmetrisch en dit exemplaar was toe aan zijn derde krul. Hij was tussen de vijf en zeven jaar geworden en nog in de kracht van zijn leven geweest toen hij door de leeuwin werd verrast. De nekspieren van de kudu zijn zo sterk dat een volwassen mens die tussen de hoorns terechtkomt door elkaar geschud wordt totdat de dood erop volgt. Mijn respect voor de leeuwin, zij was alleen toen zij toesloeg, groeide nog eens aanzienlijk. Wat een �killing machine�.
De trail voerde ons door een droge en hete woestenij. Maar door de weinige begroeiing was het zicht goed en zagen we impala (rooibok), zebra, gnoe (wildebees), giraffe (kameelpert), olifant en witte neushoorns (wit renoster). We stopten ondermeer bij een Baobab en kregen uitleg over de groeiwijze, de leeftijd de vele gebruiksmogelijkheden die de voormalige bevolking benutte. Hij groeit zeer langzaam en kan meer dan duizend jaar oud worden. Het meest imposante is de diameter die vaak groter is dan hij hoog wordt.
De rangers leidden ons dwars door een kudde buffels. Het was een onvergetelijke ervaring omringd te zijn door deze massieve runderen. Een van de beesten werd nog herkend door de vriendin van de hoofdranger. Op de terugweg naar de auto weer langs geweest bij de kill van de kudu. Leeuwen renden weer weg. En inmiddels hadden zich enkele tientallen aasvogels in de buurt aangediend. De wegrennende leeuwen was het startsein voor hen om het kadaver aan te vallen. Ze kwamen met tientallen uit de lucht suizen. Mooie foto�s en een machtig gezicht.
In het kamp een lichte lunch genoten en si�sta gehouden. Ergens in de namiddag, we hadden onze horloges in onze bagage gelaten, vertrokken we per Landcruiser naar de plek waar we onze avondwandeling zouden beginnen. We waren allemaal net uitgestapt toen Sambok, de assistent ranger, tegen een steile heuvelrand boven ons een luipaard spotte. Het luipaard moet zijn verrast door onze komst en wilde niet naar beneden. Hij koos de moeilijke weg om ons te ontlopen en overbrugde met twee machtige sprongen de laatste zes tot zeven meter omhoog tegen de verticaal oprijzende rotswand. Het ging te snel om op foto of video vast te leggen, maar de hele actie zal op mijn netvlies blijven staan. Wat een gratie, wat een kracht.
Onderweg kwamen we nog een hyena tegen op nog geen vijftig meter afstand. Voor ons was het de tweede keer een hyena te voet te zien. De eerste keer was enkele jaren geleden in het wildpark Hluhluwe Umfulozi, waar ze de restjes vlees van de braai bij de niet omheinde huurhuizen kwamen halen. Terug aangekomen bij de Landcruiser is een klein aantal van ons naar de plek geklommen waar we de luipaard hadden gezien. Robert wilde weten of er zich misschien een luipaard cup bevond in een van de rotsscheuren. Niet dus. Met Wilma�s video camera wel een mooie opname gemaakt van de zonsondergang hoog boven de rest van de groep op de grond.
�s Avonds vroeg ik aan Robert of hij het veld niet miste, omdat hij na zijn promotie geen trails meer deed en meer tijd achter een bureau in een rest camp doorbracht. Er kwam geen verbaal antwoord maar een meewaring knikje van zijn hoofd. Tenslotte vormen de trail rangers de cr�me de la cr�me van het ranger korps van Kruger. Kruger heeft een lease overeenkomst met Nissan gesloten voor hun 4x4 gamedrive vloot. Mijn opmerking dat mij was opgevallen dat voor de Olifant trail een Toyota Landcruiser werd gebruikt ontlokte hem de mededeling dat de lease maatschappij van Nissan niet blij was geweest om twee stuks Landcruisers te moeten aanschaffen en die in de Nissan lease overeenkomst onder te moeten brengen. Voor het zware terrein van Olifant en nog een kamp in het noorden was de Landcruiser meer geschikt en de aanschaf ervan vormde onderdeel van de deal tussen Kruger en Nissan.
Op onze eerste en enige dag in Marloth Park, voorafgaand aan deze trail, bereikte ons het bericht dat een ranger in Kruger zou zijn aangevallen door een leeuwin. Robert vertelde dat het Rudi was die was aangevallen. Ik heb met Rudi in 2006 de Wolhuter trail gedaan en ken hem dus. Rudi had mij destijds al verteld dat hij een olifant had moeten omleggen die zijn groep dreigde te overlopen. En nu dit weer. Hij was inmiddels gelukkig weer met licht werk begonnen. Rudi kwam met zijn groep onverwacht een leeuwin tegen met cups. Zelfs overdag zijn leeuwinnen met cups uitermate agressief. Zij ging ogenblikkelijk in de aanval, maar stopte in een wolk van stof en stukken grond. Rudi gelaste zijn assistent met de groep rechtsomkeert te maken en bleef zelf de achterkant van de groep beschermen. De leeuwin liep terug naar de cups, maakte aanstalten door te lopen, draaide zich om en ging alsnog tot de aanval over. Rudi heeft de leeuwin in de sprong de helft van een kaak weggeschoten, desalniettemin brak ze toch nog zijn arm verwondde hem fors aan hoofd en torso. Rudi heeft het ternauwernood overleefd. Niet omdat de verwondingen zo ernstig waren, maar vanwege complicaties door infectie. Soms vergeet je wel eens dat in Kruger dodelijk gevaar altijd op de loer ligt.
De volgende ochtend weer vroeg op en vanaf ongeveer dezelfde plek als de dag daarvoor met de wandeling begonnen. Op een plek kwamen we forse hopen uitwerpselen tegen die voornamelijk bestonden uit de geraamtes van duizendpoten. Het bleek te gaan om de uitwerpselen van de Civetkat. Deze is bestand tegen het gif van de duizendpoot en stapelt zijn uitwerpselen. Plotseling was er actie in de groep. Zij hadden iets gezien. Ik liep achteraan en toen ik de voorkant van de groep bereikte zag ik waarover het ging. Een koppel dassen op nog geen twintig meter. Nooit eerder in Afrika gezien, een primeur voor Wilma en mijzelf net zoals de rietbok (horens naar voren) die we een paar weken laten zouden spotten. Dassen, of ratel in het Afrikaans, zie je niet vaak overdag en staan bekend om hun taaiheid. Ze zijn niet snel. Maar als ze gepakt worden door hyena of leeuw brengen ze het er vaak levend vanaf. Zij hebben een dusdanig loszittend vel dat het moeilijk is ze dodelijk te verwonden. In het Afrikaans zegt men �zo taai als een ratel�. Weer twee leeuwen gezien, maar die maakten zich haastig uit de voeten.
De avondwandeling leek meer op een avondklim. Eenmaal aangekomen stonden we uit te puffen en uit te kijken over de uitgesleten rivierbeddingen van de Olifant- en de Letaba rivier. Prachtige uitzichten naar de Lebombo bergketen richting Mozambiek. Onderweg geroken aan takken waaraan hyena met hun anusklier een muskusgeur hadden achtergelaten. In tegenstelling tot wat je zou verwachten was de geur aangenaam zoet. Aanraken is echter niet aan te bevelen aangezien de geur niet afwasbaar is. Het moet slijten.
�s Avonds tot laat met Robert gesproken die ons doceerde over de huidige stand van zaken met betrekking tot natuurbehoud volgens de wetenschappers van Kruger. De wetenschappers zijn verdeeld over wanneer en in welke mate de natuur moet/kan worden geholpen. Zelf was hij groot voorstander van ingrijpen als allerlaatste middel. Deze zienswijze verheugt zich in een groeiende populariteit. Robert is elders op het Afrikaanse continent ook actief als consultant met deze benadering van natuurbehoud. Tot enkele jaren geleden werden kunstmatige waterreservoirs in Kruger aangehouden om in droge periodes de wildpopulatie te helpen. Onderzoek wees uit dat deze reservoirs er voor zorgen dat het wild onvoldoende migreert. Met overbegrazing en onvoldoende uitwisseling binnen de soort als gevolg. Tot 2008 werden delen van Kruger systematisch afgebrand om het verse gras onder het tapijt van verdorde grassen te helpen opkomen na de eerste regenval. Nu zegt men dat de natuur het zelf maar moet doen.
Een groot en onuitroeibaar probleem is de te grote olifantenpopulatie van Kruger. Door de aansluiting met het Mozambikaanse deel is de druk wel afgenomen, maar nog steeds in volstrekt onvoldoende mate. Er zijn olifantenpopulaties naar Mozambiek verhuist, de pil is gebruikt, maar nog steeds vernietigt de olifant zijn eigen leefgebied en daarmee dat van de andere soorten. Kruger heeft besloten culling te herintroduceren. Culling is een eufemisme voor doden. Ik weet niet of de politiek in Zuid Afrika akkoord is. Toch is Robert er een voorstander van want, zo luidt zijn redenering, de olifant heeft geen natuurlijke vijand in Kruger en de olifant is de laatste soort die het loodje zal leggen als er niet wordt ingegrepen. Alle andere soorten zullen niet meer bestaan voordat de olifant zijn eigen lot bezegeld ziet. Dat wordt dan ingrijpen als laatste redmiddel genoemd.
De volgende morgen uitgeslapen en mijn horloge weer omgedaan. Om 9.00 uur verlieten we het kamp van de Olifant Trail en om 11.00 uur kwamen we aan in Letaba. Afscheid genomen van onze reisgenoten en doorgereden naar het Tamboti tentenkamp waar we de nacht aan de �droge- rivier doorbrachten op weg naar Mhofu. Volgend jaar weer een trail, heerlijk.
Ivo Lauteslager
November 2008 Klik hier voor de foto's.
Gedurende de rit naar Satara alweer veel wild gezien, waaronder leeuwin, hyena met pups en vele soorten roofvogels als hoogtepunten. We waren al gewaarschuwd door onze vriend en caretaker Norval in Marloth Park dat het uitblijven van regen er voor had gezorgd dat Kruger er uit zou zien als een barre en bruine woestenij. Waterpoelen, waar normaal krokodillen en nijlpaarden vertoeven, waren uitgedroogd. Hij had gelijk, het was een barre plek.
Maar, zoals onze eigen filosoof van de koude grond beweert, �elk nadeel heb zijn voordeel�. In dit geval was dat het feit dat het wild zich concentreerde bij de schaarse waterbronnen en het voor het publiek makkelijker maakte om wild te spotten. Die avond in Satara begon het te stormen en bliksemen en beloofde het te gaan regenen. We zaten buiten te dineren en dronken een Zuid Afrikaanse topwijn van Meerlust Estate uit 2002. De open vuren waaiden bijna uit, sommige tafels werden al ontruimd. Maar weer geen regen. En dat al acht maanden niet.
De volgende morgen verder noordwaarts gereden naar Letaba, alwaar we �s middag door de rangers zouden worden opgepikt in hun Toyota Landcruiser met bakkie voor onze spaarzame bagage. Onderweg kwamen we nog een karkas van een onlangs overleden nijlpaard tegen. Een kleine twintig witrug gieren en een grote swartaasvoel (zwarte gier) deden zich tegoed aan het dode beest.
Tijdens het laden van de bagage in het bakkie van de rangers hebben we de rest van de groep ontmoet. Het bleek een bijzonder gezelschap. Behalve de reguliere toeristen, een Spaans, sorry Catalaans, koppel, een Engels echtpaar met Zuid-Afrikaanse roots en Wilma en ik, bestond de groep uit de vriendin, schoonzuster en schoonvader van de hoofdranger. Robert, de hoofdranger, was gepromoveerd en deed geen trail camps meer. Zijn vriendin was gespecialiseerd in buffels. Ze assisteerde bij een promotieonderzoek naar met tuberculose ge�nfecteerde buffelpopulaties. Een heterogeen gezelschap met de potentie om ons met gevarieerde verhalen aan het kampvuur boeien.
We rijden in zuidelijke richting naar Olifants restcamp en slaan vervolgens een oostelijke richting in naar de Lebombo bergketen. Deze keten vormt de natuurlijke grens met Mozambiek. In de zeventiger en begin tachtiger jaren van de vorige eeuw was dit gebied door het Zuid-Afrikaanse leger afgesloten. Er heerste hier een �stille� oorlog met de marxistische vrijheidstrijders uit Mozambiek.
We rijden door redelijk onherbergzaam terrein met slecht onderhouden paden en komen na enkele uren aan in het kampje. Het gebruikelijke hek met kippengaas omringt het kamp, maar de 4 hutten zijn groter dan ik eerder zag. Zij blijken een jaar eerder de oude en kleineren houten hutten te hebben vervangen, een prettige verrassing. Alle ander features, zoals de kombuis, het verblijf van de rangers en de lapa, zijn precies zoals de kampen Wolhuter en Metsi Metsi.
Het kamp beschikt over een majestueus uitzicht hoog over de Olifantsrivier. In die avond kennis gemaakt met leuke mensen uit Catalunya �ik moest denken aan de Spaanse ober Manuel uit Falty Towers ��I am from Barcelona, I know nothing�- zoals zij zich, ten onrechte, steeds weer excuseerden voor het slechte engels. De Spanjaarden Gemma en Fransesc waren hardwerkende yuppies. Gemma vertelde en vroeg honderduit. De vrouw van het Engelse paar bleek haar jeugd in Johannesburg te hebben doorgebracht en wilde, net als wij, weer meer tijd in Zuid-Afrika gaan doorbrengen. De familie van de hoofdranger was niet erg mededeelzaam. Schoonvader had een boerenbedrijf.
De volgende morgen werden wij om 04.30 uur wakker gemaakt en was de teil op een standaard gevuld met heet water. Na een kort ontbijt, met koffie, thee en keiharde koekjes om in het drinken te dopen en het verdelen van de rugzakken met water en eten voor onderweg, vertrokken we met de auto. De rangers bepalen waar de grootse kans op het zien van wild is. Dus soms verlaat je het kamp te voet, zoals vorig jaar vanuit Metsi Metsi. Was het wel een goede beslissing? Nog geen 50 meter uit het kamp lag een grote leeuwin in haar eentje te rusten. En even laten een aantal jonge jakhalzen, net jonge hondjes, die hun kop uit hun hol staken. Na een half uur, waarbij we ook nog een (z)ielig rivierstroompje kruisten, mochten we eindelijk het voertuig verlaten en kon de trail beginnen.
Deze trail besloot ik mijn fototoestel met een zwaar 500mm objectief op een ��npoot-statief mee te sjouwen, omdat ik het bereik ervan vorig jaar, tijdens de Metsi Metsi trail, node had gemist.
We kruisten een stroompje en volgden de oever van een bijna droog riviertje. Na een minuut of vijf zagen we een troep bavianen uit een bomengroep aan de overzijde van het riviertje naar beneden komen en over de grond wegrennen. Onze komst bleek voor de bavianen de bevrijding uit een gedwongen verblijf in de bomen te hebben betekend. Dat bleek nadat we het stroompje waren overgestoken en begroet werden met het gebrul van een groepje wegrennende volwassen en half volwassen leeuwinnen.
Die nacht, nog maar enkele uren geleden, had een van leeuwinnen een drinkende volwassen kudu bok verrast en gedood. Vervolgens had ze de maag van de Kudu geopend en de prooi zo�n twintig meter weggesleept van de maaginhoud. De bavianen die de bomen daaromheen voor de nacht als slaapplaats hadden uitgekozen zaten als ratten in de val. De boom verlaten betekende een zekere dood. Ze waren dus niet bang toen onze groep verscheen, maar eerder opgelucht omdat de leeuwen de benen namen bij onze komst. De kudu was nog maar half verorberd, reden voor de grootste leeuwin om haar angst te overwinnen en ons van een meter of vijftig vanachter een bosje te observeren en zelfs waarschuwend naar onze groep te grauwen en grommen. De magnifieke hoorns van een kudu groeien in krullen en volstrekt symmetrisch en dit exemplaar was toe aan zijn derde krul. Hij was tussen de vijf en zeven jaar geworden en nog in de kracht van zijn leven geweest toen hij door de leeuwin werd verrast. De nekspieren van de kudu zijn zo sterk dat een volwassen mens die tussen de hoorns terechtkomt door elkaar geschud wordt totdat de dood erop volgt. Mijn respect voor de leeuwin, zij was alleen toen zij toesloeg, groeide nog eens aanzienlijk. Wat een �killing machine�.
De trail voerde ons door een droge en hete woestenij. Maar door de weinige begroeiing was het zicht goed en zagen we impala (rooibok), zebra, gnoe (wildebees), giraffe (kameelpert), olifant en witte neushoorns (wit renoster). We stopten ondermeer bij een Baobab en kregen uitleg over de groeiwijze, de leeftijd de vele gebruiksmogelijkheden die de voormalige bevolking benutte. Hij groeit zeer langzaam en kan meer dan duizend jaar oud worden. Het meest imposante is de diameter die vaak groter is dan hij hoog wordt.
De rangers leidden ons dwars door een kudde buffels. Het was een onvergetelijke ervaring omringd te zijn door deze massieve runderen. Een van de beesten werd nog herkend door de vriendin van de hoofdranger. Op de terugweg naar de auto weer langs geweest bij de kill van de kudu. Leeuwen renden weer weg. En inmiddels hadden zich enkele tientallen aasvogels in de buurt aangediend. De wegrennende leeuwen was het startsein voor hen om het kadaver aan te vallen. Ze kwamen met tientallen uit de lucht suizen. Mooie foto�s en een machtig gezicht.
In het kamp een lichte lunch genoten en si�sta gehouden. Ergens in de namiddag, we hadden onze horloges in onze bagage gelaten, vertrokken we per Landcruiser naar de plek waar we onze avondwandeling zouden beginnen. We waren allemaal net uitgestapt toen Sambok, de assistent ranger, tegen een steile heuvelrand boven ons een luipaard spotte. Het luipaard moet zijn verrast door onze komst en wilde niet naar beneden. Hij koos de moeilijke weg om ons te ontlopen en overbrugde met twee machtige sprongen de laatste zes tot zeven meter omhoog tegen de verticaal oprijzende rotswand. Het ging te snel om op foto of video vast te leggen, maar de hele actie zal op mijn netvlies blijven staan. Wat een gratie, wat een kracht.
Onderweg kwamen we nog een hyena tegen op nog geen vijftig meter afstand. Voor ons was het de tweede keer een hyena te voet te zien. De eerste keer was enkele jaren geleden in het wildpark Hluhluwe Umfulozi, waar ze de restjes vlees van de braai bij de niet omheinde huurhuizen kwamen halen. Terug aangekomen bij de Landcruiser is een klein aantal van ons naar de plek geklommen waar we de luipaard hadden gezien. Robert wilde weten of er zich misschien een luipaard cup bevond in een van de rotsscheuren. Niet dus. Met Wilma�s video camera wel een mooie opname gemaakt van de zonsondergang hoog boven de rest van de groep op de grond.
�s Avonds vroeg ik aan Robert of hij het veld niet miste, omdat hij na zijn promotie geen trails meer deed en meer tijd achter een bureau in een rest camp doorbracht. Er kwam geen verbaal antwoord maar een meewaring knikje van zijn hoofd. Tenslotte vormen de trail rangers de cr�me de la cr�me van het ranger korps van Kruger. Kruger heeft een lease overeenkomst met Nissan gesloten voor hun 4x4 gamedrive vloot. Mijn opmerking dat mij was opgevallen dat voor de Olifant trail een Toyota Landcruiser werd gebruikt ontlokte hem de mededeling dat de lease maatschappij van Nissan niet blij was geweest om twee stuks Landcruisers te moeten aanschaffen en die in de Nissan lease overeenkomst onder te moeten brengen. Voor het zware terrein van Olifant en nog een kamp in het noorden was de Landcruiser meer geschikt en de aanschaf ervan vormde onderdeel van de deal tussen Kruger en Nissan.
Op onze eerste en enige dag in Marloth Park, voorafgaand aan deze trail, bereikte ons het bericht dat een ranger in Kruger zou zijn aangevallen door een leeuwin. Robert vertelde dat het Rudi was die was aangevallen. Ik heb met Rudi in 2006 de Wolhuter trail gedaan en ken hem dus. Rudi had mij destijds al verteld dat hij een olifant had moeten omleggen die zijn groep dreigde te overlopen. En nu dit weer. Hij was inmiddels gelukkig weer met licht werk begonnen. Rudi kwam met zijn groep onverwacht een leeuwin tegen met cups. Zelfs overdag zijn leeuwinnen met cups uitermate agressief. Zij ging ogenblikkelijk in de aanval, maar stopte in een wolk van stof en stukken grond. Rudi gelaste zijn assistent met de groep rechtsomkeert te maken en bleef zelf de achterkant van de groep beschermen. De leeuwin liep terug naar de cups, maakte aanstalten door te lopen, draaide zich om en ging alsnog tot de aanval over. Rudi heeft de leeuwin in de sprong de helft van een kaak weggeschoten, desalniettemin brak ze toch nog zijn arm verwondde hem fors aan hoofd en torso. Rudi heeft het ternauwernood overleefd. Niet omdat de verwondingen zo ernstig waren, maar vanwege complicaties door infectie. Soms vergeet je wel eens dat in Kruger dodelijk gevaar altijd op de loer ligt.
De volgende ochtend weer vroeg op en vanaf ongeveer dezelfde plek als de dag daarvoor met de wandeling begonnen. Op een plek kwamen we forse hopen uitwerpselen tegen die voornamelijk bestonden uit de geraamtes van duizendpoten. Het bleek te gaan om de uitwerpselen van de Civetkat. Deze is bestand tegen het gif van de duizendpoot en stapelt zijn uitwerpselen. Plotseling was er actie in de groep. Zij hadden iets gezien. Ik liep achteraan en toen ik de voorkant van de groep bereikte zag ik waarover het ging. Een koppel dassen op nog geen twintig meter. Nooit eerder in Afrika gezien, een primeur voor Wilma en mijzelf net zoals de rietbok (horens naar voren) die we een paar weken laten zouden spotten. Dassen, of ratel in het Afrikaans, zie je niet vaak overdag en staan bekend om hun taaiheid. Ze zijn niet snel. Maar als ze gepakt worden door hyena of leeuw brengen ze het er vaak levend vanaf. Zij hebben een dusdanig loszittend vel dat het moeilijk is ze dodelijk te verwonden. In het Afrikaans zegt men �zo taai als een ratel�. Weer twee leeuwen gezien, maar die maakten zich haastig uit de voeten.
De avondwandeling leek meer op een avondklim. Eenmaal aangekomen stonden we uit te puffen en uit te kijken over de uitgesleten rivierbeddingen van de Olifant- en de Letaba rivier. Prachtige uitzichten naar de Lebombo bergketen richting Mozambiek. Onderweg geroken aan takken waaraan hyena met hun anusklier een muskusgeur hadden achtergelaten. In tegenstelling tot wat je zou verwachten was de geur aangenaam zoet. Aanraken is echter niet aan te bevelen aangezien de geur niet afwasbaar is. Het moet slijten.
�s Avonds tot laat met Robert gesproken die ons doceerde over de huidige stand van zaken met betrekking tot natuurbehoud volgens de wetenschappers van Kruger. De wetenschappers zijn verdeeld over wanneer en in welke mate de natuur moet/kan worden geholpen. Zelf was hij groot voorstander van ingrijpen als allerlaatste middel. Deze zienswijze verheugt zich in een groeiende populariteit. Robert is elders op het Afrikaanse continent ook actief als consultant met deze benadering van natuurbehoud. Tot enkele jaren geleden werden kunstmatige waterreservoirs in Kruger aangehouden om in droge periodes de wildpopulatie te helpen. Onderzoek wees uit dat deze reservoirs er voor zorgen dat het wild onvoldoende migreert. Met overbegrazing en onvoldoende uitwisseling binnen de soort als gevolg. Tot 2008 werden delen van Kruger systematisch afgebrand om het verse gras onder het tapijt van verdorde grassen te helpen opkomen na de eerste regenval. Nu zegt men dat de natuur het zelf maar moet doen.
Een groot en onuitroeibaar probleem is de te grote olifantenpopulatie van Kruger. Door de aansluiting met het Mozambikaanse deel is de druk wel afgenomen, maar nog steeds in volstrekt onvoldoende mate. Er zijn olifantenpopulaties naar Mozambiek verhuist, de pil is gebruikt, maar nog steeds vernietigt de olifant zijn eigen leefgebied en daarmee dat van de andere soorten. Kruger heeft besloten culling te herintroduceren. Culling is een eufemisme voor doden. Ik weet niet of de politiek in Zuid Afrika akkoord is. Toch is Robert er een voorstander van want, zo luidt zijn redenering, de olifant heeft geen natuurlijke vijand in Kruger en de olifant is de laatste soort die het loodje zal leggen als er niet wordt ingegrepen. Alle andere soorten zullen niet meer bestaan voordat de olifant zijn eigen lot bezegeld ziet. Dat wordt dan ingrijpen als laatste redmiddel genoemd.
De volgende morgen uitgeslapen en mijn horloge weer omgedaan. Om 9.00 uur verlieten we het kamp van de Olifant Trail en om 11.00 uur kwamen we aan in Letaba. Afscheid genomen van onze reisgenoten en doorgereden naar het Tamboti tentenkamp waar we de nacht aan de �droge- rivier doorbrachten op weg naar Mhofu. Volgend jaar weer een trail, heerlijk.
Ivo Lauteslager
November 2008 Klik hier voor de foto's.






